Kleine Amsterdamse vertellingen
Wil je een berichtje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Stuur dan een mailtje naar mieke@lunenberg.info

Het is het oudste standbeeld van Amsterdam: Rembrandt. In 1852 werd het op een propvol plein onthuld door koning Willem III.
Bijna twee eeuwen eerder, in 1669, was Rembrandt zonder veel ceremonieel begraven in de Westerkerk. Rembrandt was 'minvermogend' en werd daarom begraven in een tijdelijk kerkgraf.

Eelke van Houten (1872-1970) werd geboren in Assen. Hij was de vierde van zes kinderen van Johannes van Houten en Jantje Meijering. Johannes was timmerman-architect en in Assen zijn nog diverse huizen die hij bouwde te zien. Eelke trouwde in 1902 met Adriana de Beer en na wat omzwervingen kwam het paar in Amsterdam terecht. In 1915 werd Eelke inspecteur van het Gemeentelijke Bouw- en Woningtoezicht. In 1927 werd hij hoofdinspecteur.

Een van mijn favoriete loopjes is een rondje door de tuinen van het Rijksmuseum. Zelfs in de drukste tijd van het jaar is er altijd wel een stille tuinkamer te vinden. Een tuinkamer, want Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum, zag de tuinen buiten als weerspiegeling van de kamers binnen. Net als binnen loop je ook buiten door de geschiedenis en zijn er regelmatig weer nieuwe dingen te zien.

Wie een beetje bekend is met de geschiedenis van Amsterdam Oud-West, is zijn naam zeker tegen gekomen: Jan Hanze (Hanzen, Hanssen). In 1564 kocht Jan Hanze bij de Kostverlorenkade een stuk land met daar langs een pad. Dat pad verbond de Kostverlorenkade met het Singel en zo met de Dam, het hart van de oude stad. Het pad werd bekend als het Jan Hanzepad. Een beetje puzzelen leerde mij dat de route van dat pad ook nu nog goed te volgen is. Onderweg is er slechts een enkele hindernis, waarover later meer.

Het is een van de kleine, rustige stukjes Amsterdam, de Weteringstraat en de Weteringdwarsstraten. De naam van de straten komt van de Boerenwetering die hier ooit liep. Ingeklemd tussen de grachtengordel en de 17e-eeuwse stadsgrens van de stad werd het buurtje ontwikkeld als woon- en werkplek voor immigranten. Hierbij was de focus gericht op een specifieke groep: Waalse textielwerkers. Waals moet hier ruim opgevat worden: alle Frans sprekende immigranten werden hiermee bedoeld.





