Jan Schenkman, 1850
In 1306 ontving Amsterdam stadsrechten en werd Sint-Nicolaas de beschermheilige van de stad. De toen in aanbouw zijnde Oude Kerk werd aan hem gewijd. En daarna kende de populariteit van de bischop geen grenzen meer: je kunt in Amsterdam zijn naam vinden op onder meer kerken, scholen, straten, gevelstenen en hotels.
De keuze van Sint-Nicolaas als beschermheilige is voor een stad aan het water wel begrijpelijk. Hij is de beschermheilige van schippers, scheepsbouwers en vissers. Maar daar blijft het niet bij. Ook gevangenen, onschuldig veroordeelden, advocaten, deurwaarders, bankiers, dokwerkers, graanhandelaars, kuipers, wijnhandelaars, schilders, parfumeurs, apothekers, bakkers, clerici, vrijers, maagden, kinderen, prostituees en kooplieden kunnen een beroep op zijn bescherming doen.
In deze blog een paar Sint-Nicolaas verhalen die rond de oude stad aan het IJ spelen.
Dam
Op (nu) Dam 2 stond in 1564 een pand met een uithangbord dat aangaf dat het huis Sinter Claes heette. Zo’n veertig jaar later werd het uithangbord vervangen door de bovenstaande gevelsteen. Al zeker vier eeuwen kijkt deze baardloze Sint ons dus vanaf de hoek Dam en Damrak toe. Het Damrak is gedempt, de panden waarop hij stond werden meermalen afgebroken en vervangen, maar de Sint overleefde het allemaal. Op de gevelsteen staat een van zijn bekendste wonderen afgebeeld, de redding van drie ingezouten kinderen. Hij wekte ze weer tot leven.
Elke 5e december keek Sint-Nicolaas hier naar de jaarlijkse ‘Sinter Niclaesmarkt’ op de Dam. Er stonden marktkraampjes met snoep en er werden komische voorstellingen gegeven. Het was ook een prima gelegenheid om aan de man of vrouw te komen. Zeelui die het glas hieven op Nicolaas, hun beschermheilige, sloten zich bij de feestelijkheden aan die tot midden in de nacht duurden.
Na de alteratie van 1578 heeft het stadsbestuur herhaalde malen pogingen gedaan om dit katholieke feest af te schaffen of tenminste in te perken, maar zonder succes. Toen er in 1663 weer streng werd opgetreden, kwam de jeugd in opstand. Met succes, Amsterdam heeft er in de geschiedenisboeken een heuse ‘opstand der elfjarigen’ aan overgehouden. De markt zou tot 1836 gehouden worden.
Nieuwezijds Voorburgwal
Aan het einde van de Martelaarsgracht, waar het Hekelveld en de Nieuwezijds Voorburgwal samenkomen, staat Hotel Sinterklaas. Hier kwam eeuwen lang het zeewater de stad in. Er was op deze plek een zeesluis en een stadspoort, de Tweede Haarlemmerpoort (1397).
Op de stadskaart van Cornelis Anthonisz. uit 1544 is de sluis duidelijk herkenbaar door de vier raderen. De sluis verdween bij de demping van de Martelaarsgracht in 1882.
De eigenaren van het hotel suggereren dat hier vroeger een havenkantoor was. Dat heb ik niet kunnen verificeren, maar wellicht vonden er rond de sluis en poort administratieve handelingen plaats.
Bescherming van Sint-Nicolaas was hier – op de grens van zee en stad - zeker welkom, zo laat het dramatische schilderij van Jacob van Ruisdael (Winter View of the Hekelveld in Amsterdam) uit de tweede helft van de 17e-eeuw zien. Het kon er flink spoken.
Iets zuidelijker aan de Nieuwezijds Voorburgwal is de Sint Nicolaasstraat. In deze straat stond vroeger een Sint-Nicolaas beeldje “in een casse ofte huysken”. Het beeld was een initiatief van de kerkgangers aan de Nieuwe Zijde. De kerk aan de Oude Zijde was de Sint-Nicolaasparochie, de kerk aan de Nieuwe Zijde de Onze-Lieve-Vrouwenparochie. Maar de bewoners aan de Nieuwe Zijde wilden hun Sint Nicolaas vereringen niet kwijt. Daarom kwamen ze na afloop van de kerkdienst bijeen bij het beeldje ‘en de kapelaan van de Nieuwe Kerk met den zangmeester en de scholieren, hebbende alle haer choorcleederen aen, schoncken hem een deuntghen, ende de capellaen song het Oremus’.
Onderstaand beeldje in het begin van de straat is van Ton Mooy en heeft in 2015 de plaats ingenomen van een vroegere Sint Nicolaas. Het laat duidelijk zien dat Sint Nicolaas scheepvaarders beschermd.
Prins Hendrikkade
De Oude Kerk werd na de alteratie een protestantse kerk waar voor heiligen geen plaats was. Sint Nicolaas verhuisde naar een huiskerk, een plaats van bijeenkomst die niet van buiten af herkenbaar was. De huiskerk lag een paar honderd meter van de Oude Kerk, we kennen die huiskerk nu als Onze Lieve Heer op Zolder.
Pas na de Franse Tijd mochten er weer katholieke kerken worden gebouwd en in 1887 vond de inwijding plaats van een nieuwe, indrukwekkende Sint-Nicolaaskerk, niet ver van de twee eerdere Sint-Nicolaaskerken.
De architect van de kerk, Adrianus Bleijs, vierde de inwijding met een gedicht:
Amstels oudste tempelbogen
Ons ontnomen door den Geus
Staan herboren aan de zoomen
Van de zilte waterstromen
Statig, krachtig als een reus.
Binnen in de kerk, inmiddels gepromoveerd tot Kathedraal, is het leven van Sint-Nicolaas in veertien afbeeldingen weergegeven door schilder Jan Dunselman: Nicolaas wordt tot priester gewijd (1), voorziet in de bruidsschat van drie huwbare meisjes (2), bedaart een storm (3), wekt een gestorven schipper tot leven (4), wordt gewijd tot bisschop van Myra (6), zorgt voor graan tijdens een hongersnood (7-8), redt drie legeroversten die door keizer Constantijn op valse beschuldiging veroordeeld waren (11-12), sterft (13) en wordt na zijn dood vereerd (14).
Op deze laatste afbeelding is Sint-Nicolaas als ‘Patroon van Kerk en Stad te zien. Links van hem de Middeleeuwse stad met een glimp van de Oude Kerk, rechts is de twintigste eeuwse stad te zien met de Nieuwe Nicolaaskerk.
Voor veel mensen is Sint-Nicolaas inmiddels Sinterklaas geworden, zonder knechten. Voor het grote beeld van Sint-Nicolaas hoog boven de deuren van de Basiliek maakt het niet uit. Het heet iedereen die met de pont over het IJ of met de trein de oude Amsterdamse binnenstad binnenkomt welkom.
Bronnen
Amsterdam, Cultuur-Historische Vereniging
Vereniging Gevelstenen
https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/290/sinterklaas.html
Sint Nicolaas Basiliek