Het is een van de kleine, rustige stukjes Amsterdam, de Weteringstraat en de Weteringdwarsstraten. De naam van de straten komt van de Boerenwetering die hier ooit liep. Ingeklemd tussen de grachtengordel en de 17e-eeuwse stadsgrens werd het buurtje ontwikkeld als woon- en werkplek voor immigranten. Hierbij was de focus gericht op een specifieke groep: Waalse textielwerkers. Waals moet hier ruim opgevat worden: alle Frans sprekende immigranten werden hiermee bedoeld.
Anders dan in de grachtengordel werd de bouwgrond voor de Weteringbuurt nauwelijks opgehoogd. Aan het enorme gebouw op de Vijzelgracht, het voormalige Waalse weeshuis, kun je dat verloop goed zien. De jongensingang, vlak bij de Prinsengracht, telt drie treden, de meisjesingang vijf.
In 1669 werd de eerste steen voor het weeshuis gelegd, dat tot 1967 dienst zou blijven doen. In de 18e-eeuw werden aan de linker- en rechterzijde van het weeshuis een oude vrouwen- en een oude mannenafdeling aangebouwd.
Walenweeshuis, de Vijzelgracht is nog niet gedempt.
Terwijl de Waalse gemeenschap het weeshuis bouwde, ontwikkelde de stad in deze buurt sociale woon-werkhuizen voor Waalse textielwerkers. Amsterdam wilde graag zijn textielindustrie versterken en de komst van veel vluchtelingen uit het zuiden, die ervaring op dit gebied hadden, bood daartoe een goede mogelijkheid, zo meende men. Het Burgerweeshuis, de Gasthuizen en het Leprozenhuis wilden daarom samen maar liefst 400 huizen voor textielwerkers bouwen. Het werden er 211, verdeeld over zeven blokken, de meeste in de Weteringstraten.
Philip Vingboons, een van de bekenste 17e-eeuwse architecten, leverde het basisontwerp voor de huizen. Beneden woonkelders, die bedoeld waren voor de spinsters. De begane grond, vanwege de woonkelder eronder iets verhoogd, was om te wonen. De kamer werd voorzien van een schoorsteenmantel en een hoge bedstede, met onder de bedstede een rolkoets voor de kinderen. In de keuken was ook een bedstede, verder een turfkist en een etenskast. De eerste verdieping en de zolder waren werkruimtes. Deze beide verdiepingen zijn hoog, zodat er voldoende ruimte was voor de weefgetouwen. De huizen van een blok kregen een gezamenlijk dak. De huizen werden in 1671-1672 opgeleverd.
De wevershuisjes aan de Vijzelgracht, Ze verzakten tijdens de bouw van de Noord-Zuidmetro, maar zijn inmiddels gerestaureerd.
Het project van de stad werd geen succes, het Rampjaar 1672 gooide roet in het eten. Al gauw werden er ook huizen verhuurd aan Amsterdammers, of werden delen van huizen apart verhuurd. In sommige huizen werd helemaal niet meer gewoond, maar alleen productie gemaakt door spinsters en wevers. Onder de spinsters waren vele meisjes uit het Walenweeshuis, die – zo was de uitleg - in de huizen het textielvak kwamen leren. De ellende in de Weteringstraten was groot.
Cornelis Gerritsz Decker, 1659, Rijksmuseum
Als je nu door de Weteringstraten loopt, kun je nog veel resterende wevershuisjes zien, vaak opgeknapt door Stadsherstel. Je herkent ze aan de stoepen naar de begane grond en de hoge ramen van de verdiepingen. En vergeet niet om op de hoek van de Weteringstraat en de Eerste Weteringdwarsstraat even stil te staan bij het beeldje van de Waalse weesmeisjes.
Noot:
Op de volgende nummers in de Weteringstraten zijn wevershuisjes te zien.
Weteringstraat even 16-18, 24, 26, 28 en oneven 19.
Eerste Weteringdwarsstraat even 2, 4, 6-16, 18-20, 30, 32, 70.
Tweede Weteringdwarsstraat even 64-70 en oneven 3, 5-7, 9-11, 39, 71.
Derde Weteringdwarsstraat 38-42,en oneven 23, 27-33.
Vijzelgracht even 4-8, 20-26.
Bronnen:
Beeldbank Amsterdam: https://archief.amsterdam/
https://prezi.com/uj3ezknibqbo/de-weteringbuurt/
https://www.theobakker.net/pdf/vNierop_noordsebos.pdf
https://www.amsterdam-monumentenstad.nl/database/grachtenboek_tekst.php?id=63
Stadsherstel: https://stadsherstel.nl/onze-monumenten/alle-panden/?filter=uitgelicht