Het Begijneneiland in 1544. Te zien zijn het Begijnenhof, het St. Luciënklooster en op de punt de stadsschuitenmakerswerf.
Tussen het nog open Spui, de Begijnensloot en de Nieuwezijds Voorburgwal lag rond 1400 een eiland. Daar woonden twee groepen devote vrouwen: begijnen en zusters van de moderne devotie. Het nog steeds bestaande Begijnhof herinnert aan de eerste groep. De zusters van de moderne devotie, die ook ruim 150 jaar op het eiland woonden en er een klooster stichtten, zijn wat in de vergetelheid geraakt. Toch zijn er ook sporen van hun aanwezigheid terug te vinden op het voormalige eiland.
Begijnen
Al in het begin van de 14e-eeuw waren er begijnen in Amsterdam en aan het einde van die eeuw stelde de stad hen het moerasige eiland in de Bindwijk ter beschikking. Al snel was het moeras wat aangeplempt en nog voor de eeuwwisseling bouwden rijke families en gelovige weldoeners op het eiland een aantal houten huizen voor de begijnen: het begin van het Begijnhof. Het Begijnhof was alleen toegankelijk via een bruggetje over de Begijnensloot.
De huizen werden bewoond door alleenstaande vrouwen en weduwen, soms voor een aantal jaren, soms voor de rest van hun leven. De bewoonsters die dikwijls van goede huize waren, legden (tijdelijke) geloften van kuisheid en gehoorzaamheid af en konden, als zij dat wilden, ook het hof weer verlaten. Zij leefden een contemplatief en dienstbaar bestaan. Ze hielpen in de stad waar dat nodig was en zorgden voor zieken. Anders dan nonnen hadden zij privé-bezittingen en zij konden voor het schoon houden van hun eigen woning een dienstbode in huren. Zij legden dan ook geen gelofte van armoede af.
Van de beginperiode van het Begijnhof is niets meer te zien. De grote stadsbrand van 1452 zorgde voor flinke schade aan het hof. Het kerkje op het hof stamt uit dat jaar en is gebouwd op de resten van een eerder kerkje. Het – oudste Amsterdamse - houten huis dat op het Begijnhof staat dateert van 1530.
Zusters van de moderne devotie
In het begin van de 15e-eeuw gingen een aantal Amsterdamse vrouwen als
‘Zusters van het Gemene Leven’
samen in een zusterhuis wonen. De Moderne Devotie (of Broederschap van het Gemene Leven) was een spirituele beweging, die zich kenmerkte door haar afkeer van het toenemende verval van de kerk en het verlangen daar iets aan te doen. De beweging, ontstaan in Deventer, wilde terug naar de kern van het katholieke geloof. Dat sloeg aan in Amsterdam, waar de verering van het Mirakel van Amsterdam, dat in 1345 had plaatsgevonden, tot de nodige bijwerkingen en uitwassen had geleid. Anders dan de begijnen hadden de Zusters van het Gemene Leven van meet af aan het doel om een kloosterorde te stichten. En onder leiding van Brechten Jan van Dymensdr bereikten ze dat doel ook. In 1414 kregen ze de grond naast het Begijnhof geschonken en twee jaar later stichtten ze daar het St. Lucienklooster, vernoemd naar hun inspiratiebron,
de heilige Sint Lucia.
In de navolgende decennia werd het klooster verder uitgebouwd. In 1433 werden de kapel en het kerkhof ingewijd. Ook het St. Lucienklooster werd het slachtoffer van de stadsbrand: twee jaar na de brand werd er opnieuw een kapel ingewijd. Later in de 15e-eeuw kochten de zusters ook grond aan de overzijde van de Begijnensloot, achter de Kalverstraat. In 1532 werd er een weg aangelegd -de huidige Sint Luciënsteeg- die de Kalverstraat via een brug met de Voorburgwal verbond. Dat bruggetje is op de afbeelding bovenaan dit blog goed te zien.
Het klooster was toen inmiddels een zelfvoorzienend vrouwenklooster. Er was een koestal, een brouwerij en een weverij. Voor geestelijke bijstand konden de zusters een beroep doen op de biechtvader van het Begijnhof.
Alteratie
In 1578 werd Amsterdam van een katholieke een protestantse stad. Dat had ingrijpende gevolgen voor de vrouwen die op het eiland woonden. Katholieken mochten vanaf toen alleen bijeenkomen op niet zichtbare plekken. Op het Begijnhof werd de kerk geconfisceerd door de gemeente en toegewezen aan Engelse en Schotse calvinisten die in Amsterdam woonden. Wel konden de begijnen nog in de kerk worden begraven. Niet alle begijnen wilden dat: Cornelia Arents werd in de goot begraven. Op de steen bij haar graf staat 'Op haar verzoek is hier Begijn Cornelia Arents in de goot begraven 2 mei 1654'. Het verhaal gaat dat Cornelia eerst toch in de Engelse kerk werd begraven, maar dat haar kist de volgende dag buiten de kerk stond, waarna toch aan haar wens werd voldaan.
De huizen aan de hof waren prive-bezit en bleven dus in handen van de begijnen. In 1671 bouwden zij een kapel die van buiten af niet opviel. Deze kapel is nog steeds in gebruik.
In de 18e-eeuw werd de Stichting Begijnhof opgericht, die in de loop van de tijd alle huizen op heeft gekocht. Zuster Antonia, de laatste begijn, overleed in 1971, het einde van een tijdperk. Nu wonen er in het Begijnhof rond de 100 vrouwen van 30 jaar en ouder.
Voor de zuster van het St. Lucienklooster betekende de Alteratie het einde van hun klooster.
Het Luciënklooster kwam in handen van de regenten van het Burgerweeshuis. De zestien zusters verhuisden naar enkele huisjes in de Sint Luciënsteeg, die ook eigendom waren van het klooster en die ze mochten houden. Bovendien kregen zij een toelage van de stad Amsterdam. De laatste zuster van het klooster overleed in 1635.
Er zijn vermoedens dat de zusters er voor hebben gepleit dat hun klooster een tehuis voor weesmeisjes zou worden. Van 1580 tot 1960 was dat ook zo. Daarna werd het gebouw in gebruik genomen door het Amsterdams Historisch Museum.
Noot:
Naast vele schenkingen financierden de families Heinen en Boelen ook memoriediensten in de kapel van het klooster Drie meisjes Boelen (Agnes, Geerte en Duifje) traden in. Hun moeder Margriet Claas Heijnenznsdr, echtgenote van Dirk Boel Hendricxzn, werd bij hoge uitzondering op het alleen voor de zusters bestemde kerkhof begraven. De zus van Agnes, Geerte en Duifje schonk een memorietafel aan het Kartuizerklooster, ook een klooster waar de familie nauw mee verbonden was.
Bronnen:
https://ontmoetingshuismodernedevotie.nl/
Beeldbank Amsterdam
VVAB
Hart Amsterdam ,
Theo Bakker Domein